Spring naar inhoud
Vertaal in:
Accare homepage

De Verklarende Analyse - algemeen

Dat klopt helemaal. We kennen al heel lang de diagnostische cyclus van de Bruyn en anderen. En binnen de GGZ zijn we bekend met de Holistische Theorie. Theorieën die aan de basis liggen van de huidige modellen. Uit het onderzoek van Tempel en Vissenberg (2018) wordt duidelijk dat het model van de Bruyn in de praktijk vaak niet wordt toegepast. De uitwerking van ons model is een poging om aan te sluiten bij de wensen in de dagelijkse praktijk. 

Dat hopen we niet. Door alle aandacht lijkt het of het iets nieuws is, dat is niet het geval. We weten al heel lang dat je aan de start van een hulpverleningstraject eerst een analyse maakt om zo tot een goede afweging te komen van in te zetten interventies. Denk aan de diagnostische cyclus van de Bruyn e.a. of aan Handelingsgerichte diagnostiek van Pamijer. De laatste jaren hebben we door een aantal onderzoeken gezien dat we in de praktijk niet altijd gebruik maken van een vorm van analyse. Wij denken dat we gezinnen daarmee tekort doen. En vinden het onze professionele verantwoordelijkheid om samen met het gezin onderbouwd te komen tot een gezamenlijk plan. Daarnaast is er een richtlijn Samen beslissen over hulp en de hervormingsagenda jeugd die stellen dat er samen met jeugdigen en ouders een brede analyse wordt uitgevoerd. Deze laatste twee maken dat je de laatste tijd vaker hoort over een verklarende analyse.

Dat klopt en dat is ook een beetje onhandig. Zonder dat we dat van elkaar wisten werd er aan drie verschillende modellen gewerkt. Het goede nieuws is dat deze drie modellen, de gedeelde verklarende analyse van Molendrift, het 7-factoren model van bureau Peers, en De Verklarende Analyse van Tempel & Geesing uitgaan van een zelfde theoretisch kader en principes. 
De kern is dat al deze modellen informatie ophalen en ordenen, komen tot een beschrijving van de samenhang om vervolgens tot doelen en daarbij passende interventies te komen.
We gaan er ook allemaal van uit dat je dit doet samen met de jeugdige en ouders. 

Er zijn verschillende initiatieven vanuit de overtuiging dat we op een andere manier willen samenwerken met gezinnen. En anders willen kijken naar de vraag die zij aan ons stellen. In al deze initiatieven staat het samenwerken met het gezin, de regie bij hen laten en gelijkwaardig samenwerken centraal. We ervaren dat het medisch model, de manier waarop we lange tijd hebben gekeken naar vragen van cliënten niet voldoende toereikend is. Nieuwe inzichten zoals die van de Positieve Gezondheid maken dat we anders zijn gaan kijken naar vragen van cliënten. Er is niet langer alleen aandacht voor de klacht, maar ook voor de krachten en positieve factoren. 

Het ene model legt meer het accent op het analyseren van factoren die van invloed zijn op de situatie. En andere initiatieven leggen meer accent op het samen met een groep betrokkenen realiseren van zelfgekozen doelen door de cliënt. 

Het doorlopen van het proces van De Verklarende Analyse doen we altijd samen met jeugdige en ouders, het is een gezamenlijk proces van begrijpen en duiden. We doen dat in een open gesprek, vanuit een niet-oordelende houding, waarin we echt proberen te begrijpen wat er speelt. Dit gezamenlijk onderzoeken helpt om ons klinisch redeneren te verbreden en verdiepen, en het helpt jongeren en ouders om werkelijk samen te gaan begrijpen. Daarmee worden zij gezien en gehoord en mede-eigenaar van dit proces. 

Vanuit het gezamenlijk zoeken met het gezin kan de vraag ontstaan of aanvullende testdiagnostiek nodig is. Testdiagnostiek wordt in ons vakgebied veelvuldig gebruikt en is waardevol omdat het kan helpen om zaken te begrijpen, inzichtelijk te maken of te onderbouwen. 

Samen met het gezin kun je tot de conclusie komen: als we dit met elkaar ontdekken, begrijpen we dan ook dat we iets nader moeten onderzoeken? Vaak is het antwoord daarop ja. Dan voeg je als professional je expertise toe door bijvoorbeeld te zeggen: 'Ik denk dat wat jij beschrijft mogelijk samenhangt met ADHD,' of juist met iets anders. Testdiagnostiek krijgt daarmee een logische plek binnen de gezamenlijke klinische redenering, maar vormt niet het vertrekpunt ervan.

Er zijn twee momenten tijdens De VA waarop testdiagnostiek ingezet kan worden. Na het ophalen van de informatie en het komen tot de samenhang kan het zijn dat er vragen ontstaan waar het antwoord samen niet op te vinden is. In overleg met het gezin kan dan besloten worden om testdiagnostiek toe te voegen om nog beter te begrijpen zodat je vervolgens kunt komen tot een samenhang. Een volgend moment kan zijn na het bespreken van de samenhang en het komen tot doelen. Daarin kan het zijn dat er nog zaken zijn waarvan je samen besluit dat er meer informatie nodig is. 

Er zijn twee onderzoeken waar we van weten: