Spring naar inhoud
Accare homepage

Validatie screener eetstoornisrisico

Validatie van de Nederlandse versie van een online screener voor eetstoornisrisico, de InsideOut Institute-Screener (IOI-S)

Status
Deelnemers zoeken
Thema's
Eetproblemen

Het is belangrijk dat beginnende eetproblemen op tijd herkend worden. In dit onderzoek kijken we of een korte online vragenlijst betrouwbaar is en goed werkt om beginnende eetproblemen te herkennen.

Wie kan deelnemen?

  • Jongeren en volwassenen vanaf 12 jaar

  • Met of zonder eetstoornissymptonen

  • Die goed Nederlands kunnen spreken en lezen

Achtergrond

Het is belangrijk om (beginnende) eetproblemen vroeg te herkennen. Uit onderzoek blijkt dat behandeling dan beter en sneller werkt. Ook worden de problemen minder ernstig en duren ze minder lang. Toch zoeken mensen met (beginnende) eetproblemen vaak geen hulp omdat ze het probleem niet herkennen of zich schamen. En als ze wél hulp zoeken, ziet een zorgverlener soms niet meteen dat het om eetproblemen gaat.

De InsideOut Institute Screener is een korte en makkelijke vragenlijst. De lijst laat zien of iemand belangrijke risicofactoren voor eetproblemen heeft. Zorgverleners kunnen de vragenlijst gebruiken om het gesprek over eetproblemen te starten. Mensen kunnen de vragenlijst ook zelf invullen als ze twijfelen of ze misschien een eetprobleem hebben.

Wij hebben de vragenlijst naar het Nederlands vertaald. We willen onderzoeken of deze Nederlandse eetstoornis risico vragenlijst betrouwbaar en geschikt is om eetproblemen vroeg te herkennen.

Het onderzoek

Deelnemers kunnen zich online aanmelden. Ben je jonger dan 16 jaar, dan moeten je ouder(s)/ verzorger(s) ook online toestemming geven dat je mag deelnemen. Bij het onderzoek vragen we je online de Nederlandse eetstoornis risico vragenlijst en enkele andere vragenlijsten in te vullen (±20 minuten). Twee weken later vragen we je nogmaals de eetproblemen vragenlijst in te vullen (±5 minuten). Door meedoen maak je een kans op een cadeaubon van 20€.

Samenwerking

We werken voor dit onderzoek samen met de Rijksuniversiteit Groningen (RUG), Faculteit Gedrags- en maatschappijwetenschappen